<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
	>

<channel>
	<title>Wanda Bommer</title>
	<link>https://wandabommer.nl</link>
	<description>Wanda Bommer</description>
	<pubDate>Tue, 15 Sep 2020 20:26:17 +0000</pubDate>
	<generator>https://wandabommer.nl</generator>
	<language>en</language>
	
		
	<item>
		<title>De Ark</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/De-Ark</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Tue, 15 Sep 2020 20:26:17 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">384689</guid>

		<description>De Ark



EEN VROUW, EEN MAN, EEN BOOT

 
Klimaatverandering, overbevolking, pandemieën… de mensheid lijkt een donker tijdperk te betreden, of misschien zelfs te balanceren op de rand van de afgrond. Het inspireert bestsellerauteur Leonoor Levie om de Ark van Noach als basis voor haar nieuwe roman te gebruiken. Tijdens een dancefestival op een cruiseschip in de Middellandse Zee hoopt ze de ontbrekende schakel te vinden die het Bijbelse verhaal aan de huidige tijd linkt.

&#38;nbsp; &#38;nbsp;Al voordat ze aan boord gaat, krijgt Leonoor gezelschap van een onvoorziene gast. Het is het verontrustende begin van een boottrip waarin alles lijkt te zijn toegestaan wat God verboden heeft. Te midden van pompende beats, drank, drugs en excentrieke figuren vindt Leonoor de verbindende factor die zij zoekt. Maar de prijs die zij daarvoor betaalt, is onevenredig hoog. 


Terug</description>
		
		<excerpt>De Ark    EEN VROUW, EEN MAN, EEN BOOT    Klimaatverandering, overbevolking, pandemieën… de mensheid lijkt een donker tijdperk te betreden, of misschien zelfs te...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>NH Dagblad 150817</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/NH-Dagblad-150817</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Tue, 15 Aug 2017 17:40:15 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">204278</guid>

		<description>Noord Holland Dagblad 15-08-2017






















Een journaliste op oorlogspad tegen een naar haar idee
gevaarlijk vaccin. Een reis dwars door het zuidwesten van de Verenigde Staten.
En een tweeling die uit alle macht probeert hun denkbeeldige broertje een echt
leven te schenken. Uit deze ingrediënten weefde Wanda Bommer haar nieuwe roman
‘Springbonen’. Allemaal zaken die op een bepaalde manier iets met haar eigen
leven te maken hebben. Wat niet wil zeggen dat ‘Springbonen’ een
autobiografische roman is.



Ze heeft er, na vier eerdere romans, het patent op:
ogenschijnlijk lichtvoetige romans met een gemeen stukje venijn in de staart.
,,Ik vind het zelf leuk als ik om een boek kan lachen. Maar daarnaast moet er
voor mij altijd toch net iets meer in zitten.’’ En dat zit er ook in
‘Springbonen’ weer.



Bommer vertelt dit keer het verhaal van Claire en Rogier die
samen met hun dertienjarige meisjestweeling een vijf weken durende rondreis
door het zuidwesten van de VS maken. Die reis beschrijft Bommer tot in detail.
Je zou meteen zin krijgen om ook zo’n reis te gaan maken, langs alle
hoogtepunten, buiten de gebaande paden, overnachtend in de meest bijzondere
hotels. ,,Dat deel van het boek is geen fantasie. Vier jaar terug heb ik deze
reis zelf gemaakt en een dagboek bijgehouden omdat ik toen al van plan was het
ooit voor een boek te gebruiken. En inderdaad, ik ben net als Claire in mijn
verhaal zo iemand die een reis tot in de puntjes plant en probeert het uiterste
eruit te halen. Nachtenlang heb ik, net als ik Claire laat doen, zitten
googelen waar de leukste overnachtingsplekken waren en de meest bijzondere
bezienswaardigheden. Sommige van mijn vrienden vinden dat benepen, die reizen
liever op de bonnefooi. Maar ik vind het heerlijk om te doen en ik hou er niet
van als ik tijdens mijn vakantie de halve dag bezig moet zijn met het vinden
van een hotelletje waar je dan vervolgens na een nacht met een zere rug en
vlooienbeten weer vertrekt. Ik wil genieten van waar ik ben zonder te hoeven piekeren
over waar ik slaap.’’



Zo doen ook Claire en Rogier het in de roman. Maar hun reis
wordt overschaduwd door een ander probleem. Claire heeft als journaliste
onderzoek gedaan naar het vaccin tegen hpv (humaan papilloma virus), het vaccin
dat meisjes van 13 tegenwoordig krijgen toegediend ter voorkoming van
baarmoederhalskanker. Claire is tot de conclusie gekomen dat dit vaccin
allesbehalve risicoloos is, en dat de overheid en de farmaceutische fabrikant
vermoedelijk onder één hoedje spelen door het toch aan meisjes op te dringen.
,,Ook dit aspect van het verhaal is in zekere zin autobiografisch. Toen mijn
eigen dochter 13 werd, heb ik me verdiept in de voor- en nadelen van deze
vaccinatie en ik raakte allerminst overtuigd van het nut ervan. Toen kreeg ik ook
nog eens een enquêteformulier van de gemeente toegestuurd met de
meerkeuzevraag: ‘hoeveel spijt heeft u als u besluit uw dochter niet in te
laten enten en ze krijgt dan later baarmoederhalskanker: veel, weinig, geen’.
Dat deed voor mij de deur dicht. Ik heb die enquête niet ingevuld en mijn
dochter zelf laten beslissen of ze die prik wel of niet wilde. Het werd nee,
want hij beschermt niet echt. Het is in mijn ogen vooral een moneymaker.’’ Bang
dat de farmaceut haar zal aanklagen wegens smaad is Bommer niet. ,,Ik heb, op
advies van mijn uitgever, de naam van de fabrikant eruit gehaald en ik citeer
alleen maar feiten die iedereen zo op internet kan vinden.’’



Hoofdpersoon Claire uit ‘Springbonen’ gaat verder dan dat en
heeft een indringende aanklacht tegen het vaccin geschreven. Dat zint haar
echtgenoot Rogier niet, want hij is als bedrijfsjurist net benaderd door diezelfde
medicijnfabrikant. Als het artikel van Claire gepubliceerd zou worden, kan hij
die grote opdracht wel vergeten.



En terwijl de echtelieden daarover bakkeleien, hebben de
tweelingdochters op de achterbank iets heel anders aan hun hoofd. Zij hebben
kort daarvoor van hun moeder gehoord dat zij eigenlijk een drieling waren, maar
dat in een vroeg stadium van de zwangerschap nummertje drie verdwenen is. ,,Een
verschijnsel dat echt, en veel vaker dan je denkt, voorkomt. ‘Vanishing twins’
heet het, er is veel over te vinden op internet.’’ De twee naamloze dochters
van Claire en Rogier zijn er van overtuigd dat die derde een broertje was en
dat hij onzichtbaar nog altijd bestaat. De hele reis trekken zij met hem op en
laten zich steeds meer door hem beïnvloeden. ,,Een fascinerend verschijnsel:
denkbeeldige vriendjes of familie. Een jongen in mijn omgeving had zo’n
denkbeeldige vriend en hij ging heel ver in die fantasie.’’ Dat doen ook de
twee meisjes uit ‘Springbonen’, met een dramatische ontknoping aan het eind.



Die ontknoping was er opeens, midden in de nacht, vertelt
Bommer. ,,Als ik begin te schrijven heb ik het hele verhaal in mijn hoofd. Ik
schrijf ook chronologisch, ik ben niet zo dat ik allerlei losse scenes schrijf
en die dan later aan elkaar ga hechten. Zoals het in het boek staat, zo is het
ook geschreven. Maar dat neemt niet weg dat ik tijdens het schrijven wel dingen
aan mijn oorspronkelijke verhaal verander. Als ik begin, ken ik mijn personages
nog niet goed en soms merk ik dat een bepaalde handeling helemaal niet bij hun
karakter past. ‘Springbonen’ is wat dat betreft mijn vaagste boek tot nu toe,
ik heb al schrijvend heel veel dingen veranderd. Ik had een heel ander einde
voor ogen, maar midden in de nacht schoot ik opeens wakker en wist ik dat het
zó moest eindigen en niet anders.’’ 







Terug</description>
		
		<excerpt>Noord Holland Dagblad 15-08-2017                       Een journaliste op oorlogspad tegen een naar haar idee gevaarlijk vaccin. Een reis dwars door het zuidwesten...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Verhagen Import</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Verhagen-Import</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Mon, 24 Jul 2017 15:59:40 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197673</guid>

		<description>Verhagen Import





















Buiten is het de eerste
zondag van november. Helder en koud, en in de binnenstad raast de koopwoede.
Hier in West staan de kale bomen roerloos in de zon. Het slaapkamerraam staat
op een kier. Oswald en Marie hebben zojuist genoten van de afwezigheid van hun
puberzoons.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Dus jij denkt dat het raak is?’ zegt Oswald zacht terwijl hij
recht omhoog staart.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Ja, ik voel het,’ fluistert Marie, ‘Maak je je nog steeds
zorgen, Os? Maar we hebben er toch voor gespaard? Geniet er gewoon nog één keer
van zo’n wurm te zien opgroeien. Misschien wordt het wel een meisje…’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald bestudeert het plafond. ‘Dat spaargeld,’ zegt hij, ‘daar
moeten we het even over hebben.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Hoezo? Het staat toch goed op de bank? We zijn&#38;nbsp; er toch helemaal klaar voor?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Ja, schat, alles is in orde. Maar weet je nog wat ik vertelde
over Raymond van Dieren, die grote klant van me?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Ja,’ zegt Marie, en haar stem verdrijft de zondagochtend uit de
slaapkamer, ‘En jij weet ook vast nog wel dat ik zei dat ik niks meer over die
man wil horen. En dat je, als je hogerop wilt, Tersteeg maar eens moet vragen
naar promotie. Ik ga nu niets anders zeggen.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald kijkt haar zwijgend aan. Marie haalt haar schouders op en
trekt de dekens over zich heen. Oswalds gedachten dwalen terug naar drie
maanden geleden. Hoe hij zich had zitten vervelen achter die plastic palm en dito papegaai in het
reisbureau. Moes, van het belhuis ernaast, had zijn dagelijkse groet naar
binnen geroepen en verder gebeurde er niets. Tot Raymond arriveerde met een kartonnen
doos onder zijn arm. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Wakker worden Oswald!’ had die geroepen. ‘Doe mij even een
ticket Bangkok voor donderdag.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Hij was aan de slag gegaan. Raymond had hem op de vingers
gekeken.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Heb jij altijd al reisbureauklerk willen worden?’ had hij
opeens gevraagd.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Reisbureauklerk, dat woord was Oswald helemaal niet bevallen.
Hij had Raymond willen zeggen dat hij geen klerk was, maar travelmanager en ook
nog aanstaand partner in de vennootschap. Maar Raymond had hem geen kans
gegeven. ‘Ik ga een handeltje opzetten,’ had die gezegd, ‘In Thaise cadeauartikelen.
Gouden business, joh. En ik zoek een partner. Ik vroeg me af of dat niks voor
jou is?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘En wat is die handel precies?’ had Oswald gevraagd. Hij was
natuurlijk niet gek. Tot zijn verbazing had Raymond zijn doos geopend en die
bleek gevuld met kaarsen, zeepjes, badzout en meer van dat spul. Raymond had
een geurige roze kaars met paarse vlekken gepakt. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Wat denk je dat zoiets hier doet?’ 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Net toen Oswald er een slag naar had willen slaan, barstte
Raymond los.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Vijf euro! Vijf hele euro’s! Je wilt niet weten hoe vaak dat
over de kop gaat! Ik koop die dingen in voor niks, voor nada, nop!’ Hij had becijferd dat Oswald met een bescheiden
eerste zending al zevenenhalfduizend euro kon verdienen, met een inleg van nog niet de helft. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; De handel van Raymond was door Oswalds hoofd blijven spoken. Als
hij maar de helft vooruit hoefde te betalen, zou hij er zo in kunnen stappen
met het spaargeld. Het leek een geweldige kans. Geen risico whatsoever, had Raymond gezegd. 



Marie slaat met haar vlakke
hand op de dekens. ‘Ik zie gewoon dat je weer aan een plannetje zit te denken.
Maar ik blijf er bij: geen gerommel met onze spaarcenten. Dat is voor het
kindje dat in mijn buik zit. Wat houdt je tegen om met Tersteeg te praten?'
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Ik hèb met hem gepraat,’ antwoordt Oswald. ‘Meteen de volgende
dag!’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Wat? En dat zeg je nu pas? Wat zei hij?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Toen hij langskwam op zijn wekelijkse controle vroeg ik hem op
de man af hoe het eigenlijk gesteld was met de opslag die me was beloofd. Hij
schoot in de lach. Ontkende glashard dat er een belofte was. Hij zei dat het
moeilijke tijden waren en dat ik het voorlopig maar uit m’n hoofd moest zetten.
Dat ik blij moest zijn dat ik m’n baan nog had. Ik wist niet hoe ik moest
reageren en mompelde uiteindelijk maar iets slaps, dat het oké was ofzo. Toen
hij vertrok gaf hij de papegaai een jovialere tik tegen zijn staart dan anders.
Het ding ketste bijna tegen het plafond.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie komt overeind. ‘Dus geen opslag?’ Haar stem beeft.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Voorlopig dus niet, nee. Dankzij die arrogante vetzak.’ Oswald
kijkt Marie fel aan. ‘Je begrijpt dus dat een beetje extra geld welkom is. Ik
weet hoe graag jij een baby wilt en met alleen wat spaarcenten redden we dat
niet.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie zakt terug in de kussens. Oswald voelt dat de tijd nu rijp
is.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Dus ik heb Raymond gebeld,’ zegt hij. ‘Mijn voorstel om slechts
de helft vooruit te betalen accepteerde hij, mits ik de andere vijftig procent
binnen twee weken na levering zou voldoen. Dat leek me haalbaar, ik hoopte de
spullen tegen die tijd grotendeels doorverkocht te hebben.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie schudt heftig haar hoofd. ‘Dat heb je niet gedaan, hè? Ik
begrijp je nu toch verkeerd hè?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Laat me het hele verhaal vertellen, lieverd. Daarna mag je
beslissen of je boos wordt.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie klemt haar lippen op elkaar. Oswald ratelt zijn verhaal
eruit: ‘We zouden ons in eerste instantie op de geurkaarsen richten. Raymond
zou het me laten als de container vertrok. Hij zei dat hij de Bill of Lading
per post zou sturen. Geen gezeur met bankgaranties en zo. Hij zou de handel
Free On Board verzenden.&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie komt weer half overeind. Haar ogen schieten vuur. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald pulkt zenuwachtig aan het laken. ‘Ik begreep die termen
natuurlijk ook niet. Toen nog niet. Dat kwam later. Ik leg ze zo uit. Maar
goed, Raymond stelde dus voor om zijn banknummer te mailen. “Niet doen,” had ik
toen gezegd, want ik dacht dat straks Tersteeg er nog achter zou komen. “Ik doe
liever telefonisch zaken,” zei ik want dat leek me veiliger.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; &#38;nbsp;Marie legt een beschermende
hand op haar buik. Oswald praat snel verder. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Nou ja, ik begon direct met de verkoop. In mijn vrije tijd liep
ik cadeauwinkels af. Daarom was ik zo vaak weg.’ Hij kijkt met een scheef
lachje opzij maar Marie kijkt stug naar het plafond.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Maar de meeste middenstanders zitten helemaal niet te wachten
op spul van derden. Toen Raymond meldde dat de kaarsen eraan kwamen, had ik
maar tweehonderdzestig van de vijfduizend exemplaren verkocht. Als de container
in Rotterdam was, moest ik binnen twee weken de andere helft van het geld
overmaken. Shit, Marie, ik ben de benen uit m’n lijf gaan lopen voor die kutkaarsen.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Even was Oswald stil, en daarna werd zijn stem ijler. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Op een dag werd ik gebeld. Het was de expediteur in Rotterdam.
Zij zagen op hun schema die container naderen. Hij wilde alles even checken. Om
te beginnen had hij de Bill of Lading nodig. Maar ik had dat ding nog niet
binnen. Raymond zou het sturen maar ik had nog niks. “Zonder papieren kunnen we
de goederen niet aan u meegeven,” zei de expediteur. En hij zei ook: “De
goederen zijn Free On Board verzonden, dus u betaalt de transportkosten.
Tezamen met invoerrechten, de inklaringskosten en een vergoeding voor het regelen
van de vergunning komt dat op een bedrag van 1894 euro en 64 cent. Ik
verzoek u dit bedrag contant mee te brengen als u de goederen komt halen.” Hij
hing op en ik zat in deep shit, Marie. Ik moest negentienhonderd euro scoren en
die Bill of Lading, wat mijn eigendomsbewijs was, boven water krijgen. Ik belde
Raymond. Hij beweerde dat de documenten al lang onderweg waren en elk moment
bij me in de bus konden vallen.’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie onderbreekt hem. ‘Hartstikke fijn. Dan weet ik nu wat die
termen betekenen. Geweldig. Verder wil ik niets meer horen. Je hebt godverdomme
de toekomst van ons kindje op het spel gezet.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; &#38;nbsp;Oswald negeert haar. ‘Die
middag had ik een enorme meevaller. Ik liep een cadeauwinkel aan de Spuistraat
in. Twee jongens stonden tegen elkaar te kijven. Ze hadden een probleem met een
leverancier waardoor ze met een halflege winkel zaten. Ik rook mijn kans:
“Goedemiddag heren, Oswald Verhagen van Verhagen Import, “zei ik, “Ik verwacht
vrijdag een zending uit Bangkok. Ik kan u op korte termijn een partij
geurkaarsen aanbieden. Ik heb wat samples bij me, als ik u kan interesseren?’
Ik hield de doos voor me uit. Vijf minuten later zweefde ik de deur uit, een
order voor tweeduizend geurkaarsen, vrijdagmiddag te leveren en cash af te rekenen,
in the pocket. Kon niet beter.’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald ziet dat het gezicht van Marie iets ontspant. Met nieuwe
moed gaat hij verder: ‘Het zag er financieel nu goed voor me uit, alleen moest
ik de negentienhonderd euro voor de expediteur voorschieten. Toen Moes
donderdagochtend zijn hoofd binnen stak voor de dagelijkse groet viel het kwartje.
&#38;nbsp;“Heb je tijd voor een kopje koffie?”
riep ik direct. “Nee bedankt,” antwoordde Moes, maar hij kwam toch binnen. “Kan
ik iets voor je doen?” Ik kwam meteen ter zake: “Ik heb morgenochtend negentienhonderd
euro nodig. Het is maar voor een halve dag. ‘s Middags betaal ik je terug.” Hij
zei: “Kom straks even langs.” Het leek allemaal goed te gaan, kortom.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie sluit haar ogen en schudt langzaam met haar hoofd.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘In mijn lunchpauze liep ik het belhuis binnen. Als een duveltje
uit een doosje kwam Moes tevoorschijn met een envelop in zijn hand. Dankbaar
dat er geen poespas aan de transactie kleefde, pakte ik de enveloppe aan, maar
Moes hield hem nog vast. Het duurde wel twintig seconden voor hij losliet, maar
uiteindelijk liep ik wel mooi met de poen naar buiten. Nu was mijn laatste
probleem de ontbrekende Bill of Lading. Ik belde Raymond die volhield dat ik de
papierwinkel elk moment kon krijgen.’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie verstrakt weer en sneert. ‘Je gaat toch niet bekennen dat
we gewoon bestolen zijn hè?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Nee. De volgende ochtend vond ik hem in de postbus. Ik
verspilde geen tijd aan het bestuderen van het ding maar belde de expediteur
dat ik eraan kwam. Tegen half twaalf arriveerde ik. De man ging me voor naar de
loods. Hij wees op twee pallets met poppetjes en zei: “Daar staan uw goederen.”
Ik antwoordde dat hij zich vergiste omdat ik kaarsen verwachtte. “Is dat zo?
Mag ik de Bill of Lading even zien?” Hij plantte zijn vinger op het papier.
“Omschrijving artikelen: Popjes, plastic, vijfduizend stuks,” las hij voor.
Godverdegodver, Marie, ik stond voor paal. Ik belde meteen Raymond. Hij beweerde
dat hij op de voicemail had ingesproken dat de lading gewijzigd was vanwege de
poppetjesrage in Thailand. Alles stortte in elkaar. Ik kon geen kaarsen uitleveren,
dus ik kon het geld niet aan Moes terugbetalen. En ik moest binnen twee weken
nog een paar duizend euro aan Raymond overmaken. Maar ik besefte ook dat hij en
ik niets zwart op wit hadden staan. Ons spaargeld was ik misschien even kwijt
maar erger hoefde het niet te worden. Ik hoefde die klotenpoppetjes niet te
accepteren. De lening van Moes kon ongebruikt retour en Raymond kon naar de
tweede betaling fluiten. Ik gaf de Bill of Lading terug aan de expediteur en
zei: “Ik heb deze troep niet besteld. U kunt die poppetjes met uw factuur in uw
reet steken,” en ik vertrok. Marie, zo voorkwam ik veel erger. En dat was het.’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ze zwijgen lang. Oswald probeert Marie over het haar te
strijken. Met een ruk trekt ze haar hoofd terug. Dan zegt ze langzaam: ‘Dus als
ik het goed begrijp heb je ons spaargeld overgemaakt aan een bedrieger in
Thailand en de spullen die je ervoor terugkreeg weggegeven aan een havenarbeider?’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald denkt na. ‘Maar het had nog veel erger af kunnen lopen.
Dat moet je toen ook inzien.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Het had nog veel erger af kunnen lopen? Is dat zo? Laat me dit
even goed op een rijtje zetten: Je houdt al jaren de boot af als het om een
baby gaat omdat we dat niet kunnen betalen. Met kunst en vliegwerk heb ik geld
opzij gezet, want laten we wel wezen, ìk ben godbetert degene die gesappeld
heeft. Toen ik het geld eindelijk bij elkaar had, heb jij alles stiekem op het
spel gezet en verloren. En omdat je alleen maar ons spaargeld verkwanseld hebt
en geen schulden bij louche types hebt gemaakt, moet ik je nu dankbaar zijn. Zo
is het toch? Nou, echt ontzettend goed Oswald! Fantastisch! Applaus!’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Rustig alsjeblieft schat,’ Oswald glijdt uit bed om het raam te
sluiten. ‘Ik deed het ook voor jou. Voor hetzelfde geld was het goed uitgepakt.
Dan waren we nu binnen geweest.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Voor hetzelfde geld? Dat lijkt me niet,’ gilt Marie.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oswald gaat op het bed zitten. ‘Wat had ik moeten doen?’ Hij
kijkt haar smekend aan. ‘ Ik bedoel toen ik er eenmaal in zat? Had ik die
poppetjes moeten accepteren? Vijfduizend spuuglelijke krengen met neonhaar en
tijgerpakjes? Ik was ze aan de straatstenen niet kwijtgeraakt!’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Marie springt uit bed en loopt de kamer uit. Even later komt ze
terug. In haar hand heeft ze de Sinterklaasspecial van Blokker. Ze smijt het
ding op bed. Een poppetje grijnst Oswald tegemoet. Daarnaast staat in wervende
letters. ‘Echte Thaise feestpoppen! Nu slechts acht euro per stuk!’ en ‘Maximaal
vier per klant!’ 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Verdoofd kijkt Oswald omhoog. Marie staat naakt voor hem. Als
een hert waarin hij zojuist een speer heeft geboord. ‘Verhagen import,’kokhalst
ze. Dan vlucht ze weg. Oswald hoort haar overgeven op het toilet.







Terug</description>
		
		<excerpt>Verhagen Import                      Buiten is het de eerste zondag van november. Helder en koud, en in de binnenstad raast de koopwoede. Hier in West staan de kale...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Manenmuis</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Manenmuis</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Mon, 24 Jul 2017 15:52:21 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197668</guid>

		<description>Man en Muis





















&#38;nbsp;



Het
begon twee weken geleden met een korrel hagelslag. Ik pikte hem op van mijn
aanrecht met een vochtige vinger en wilde hem in mijn mond steken. Toen bedacht
ik dat ik nooit hagelslag in huis had.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Er was een muis.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Een muis was beter dan niks, dacht ik
eerst. Het was stil zonder Johanna. Haar garderobekast was leeg. Haar bureau,
haar boeken, haar computer: weg. Aan de kapstok hing alleen mijn eigen jas. Het
kastje eronder puilde niet langer uit van haar handschoenen, haar shawls en
haar hoedjes. Kennelijk vond die muis wel iets bij mij dat zij elders niet
vond. Eten kon het niet zijn. Sinds Johanna weg was, at ik altijd buitenshuis.
Als ik al at. Er viel hier niets te halen. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Die nacht hoorde ik mijn nieuwe huisgenote.
Ze scharrelde bij de vuilniszak, knaagde aan het hout van de plint. Tot zes
keer toe sloop ik naar de keuken. In het schemerdonker de omtrekken van tafel,
kast, keukenapparatuur. Geen enkele beweging, nog niet het trillen van een
snorhaar. Doodse stilte. Maar zodra ik terug in bed lag, hervatte ze haar
activiteiten. Telkens weer. Pas tegen de ochtend viel ik in slaap, moeizaam
ademend onder het over mijn hoofd getrokken kussen.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Na vier nachten was ik haar gezelschap zat.



De
vrouw van de dierenwinkel leek zelf op een knaagdier. Ingevallen wangen, spitse
neus en veel plooien in haar hals. Met korte bewegingen stopte ze de aankopen
van een onzekere jongen in een papieren zak, terwijl ze de bedragen aansloeg op
een ouderwetse kassa. Ik pakte een roze pluizig iets uit een schap en bekeek
het van alle kanten. God, wat was het warm in die winkel. De geur van zaagsel
en stront sloeg me op de keel. Uit de glazen bakken achter mij klonk gepiep en
geritsel. De groenverlichte aquaria verderop borrelden zacht. Toen de jongen
ophoepelde met z’n boodschappen, waren de vrouw en ik alleen. Ik vroeg me af
hoe ik haar moest vertellen dat ik hier niet was gekomen als dierenliefhebber.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Mijnheer heeft last van muizen?’ Haar stem
was hoog.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Van schrik liet ik het rozige iets vallen.
Ze knikte alsof dat een antwoord was. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Ik kan u de diervriendelijke val aanraden.
Vangt de muis levend. Kunt u hem elders vrijlaten.’

De
daaropvolgende ochtenden spoedde ik mij opgewonden als een kind op kerstochtend
naar de keuken, om telkens tot de ontdekking te komen dat de val leeg was. En
met leeg bedoel ik ook leeg. De speciaal voor haar aangeschafte kaas was weg,
opgevreten, geconsumeerd zonder dat er iets was dichtgeklapt. Diervriendelijk
is tot daar aan toe, een muizenrestaurant uitbaten ging me te ver. En ’s nachts
nam de herrie alleen maar toe. Het beest werd natuurlijk steeds zwaarder van al
die kaas. Zij stampte nu door mijn keuken als een melkmeid. Na vijf dagen
vergeefse diervriendelijkheid, beloofde ik mijn afgematte spiegelbeeld dat ik
met grover geschut te werk zou gaan. 



In
de winkel waren dit keer geen klanten, maar verder was alles hetzelfde. De
doordringende geur, de bedwelmende warmte, het ritselen, piepen en borrelen.
Een vage weerzin maakte mijn knieën week. De mevrouw was nergens te bekennen.
In de etalage rekte een langharige grijze kat zich uit. Ik deed de deur nogmaals
open en dicht. Het belletje klonk net zo helder als de eerste keer. Uit het
niets verscheen de vrouw achter de toonbank. Ze bewoog haar hoofd met een rukje
opzij en nam me met kraaloogjes op.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Zo te zien is het niet gelukt,’ zei ze.
‘Wacht maar, ik heb nog wat.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ze draaide zich om en begon in een lage
kast tussen dozen, zakken en potten te zoeken, waarbij ze dezelfde onrustige
geluiden produceerde als mijn muis ’s nachts deed.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Kijk,’ klonk het, ‘hier heb ik er nog
een.’ 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Met een blos op haar magere wangen kwam ze
overeind. Ze zette een doos neer ter grootte van de broodtrommel waarin Johanna
mij twee maanden geleden nog lunch meegaf naar kantoor.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘In het stopcontact steken en klaar. Mensen
horen de hoge toon niet, muizen kunnen er niet tegen.’



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ergens vond ik het jammer dat dit geen
terminaal martelinstrument was. Dat de muis gewoon weg zou blijven. Geen
confrontatie, geen winnaar, geen wraak. Maar het was wel gemakkelijk. Ik
betaalde dertig euro en nam het apparaat mee naar huis.



De
ultrasone muizenverjager maakte de zaak alleen erger. Waarschijnlijk werd de
muis gek van de piep en probeerde ze eraan te ontkomen door als een wilde door
mijn huis te stormen. Door mijn hele huis, ja: ze had haar territorium
uitgebreid. Alleen in mijn slaapkamer durfde ze nog niet te komen. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ik deed inmiddels al twaalf nachten geen
oog dicht en dat begon op te vallen. Ik kreeg mijn werk niet af, maakte fouten,
sukkelde bijna in slaap tijdens een vergadering. Mijn collega’s wisten wel dat
Johanna weg was, maar ze hadden misschien niet verwacht dat haar vertrek na
twee maanden zo’n ef­fect op me zou hebben. Ik liet ze in de waan.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; De veertiende ochtend constateerde ik bij het
binnentreden van de keuken dat zij de ultrasone verjager uit het stopcontact
had weten te krijgen. Ergens, aan het buitenste randje van mijn bewustzijn,
knaagde het besef dat dit theoretisch onmogelijk zou moeten zijn. Maar ik had
met feiten te maken: zij en ik waren de enigen hier in huis, en ik had het
apparaat absoluut niet uit het stopcontact gehaald. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Pokkenbeest,’ zei ik hardop. ‘Nu ga je er
verdomme aan.’
 ‘Alles?’ De vrouw perste haar toch al smalle
lippen op elkaar.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Alles,’ bevestigde ik. Met grimmige
voldoening zag ik haar tien muizenvallen, acht lokdozen met gif en twee tubes
speciale muizenlijm voor me inpakken. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Het is maar een muis, mijnheer,’ piepte
ze. 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘En ik ben maar een mens, mevrouw,’ zei ik.
‘En ik kan er niet meer tegen.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ze zuchtte en schudde haar hoofd.
‘Zevenenveertig vijftig, alstublieft.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Schijnheilig wijf. 



Boterhammen
met pindakaas, zag ik op internet. Die zouden het veel beter doen dan het
ouderwetse blokje kaas. Ik was de hele avond bezig met het bereiden van een warm
onthaal voor mijn nachtelijke bezoek. Vallen en lokdozen op strategische
plaatsen, op alle drempels stukken karton met muizenlijm. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Vrij snel nadat ik in bed was gaan liggen,
begon ze te spoken. Ik hoorde haar door de gang denderen, naar de woonkamer,
tegen de televisie bonken, een kast beklimmen. Ze klonk nu als een flinke kat,
alsof ze vijf, zes kilo woog. Voor de zoveelste keer probeerde ik haar te
betrappen, maar zij hield zich telkens gedeisd voordat ik goed en wel uit bed
was. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Omstreeks vier uur in de ochtend hoorde ik
een val dichtklappen in de keuken. Ik schoot overeind. Ik had haar, zou haar
eindelijk te zien krijgen. Bloedend, met een gebroken nek, naar buiten gespatte
hersenen? Maar zij hernam haar route onmiddellijk, met een raar klepperend
bijgeluid, alsof zij de val met zich meesleepte. Tegen de tijd dat ik in de
keuken kwam, was het huis weer stil en leeg. En dat bleef het de rest van de
nacht.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Pas toen het licht werd, zag ik de ravage.
De lokdozen waren leeggehaald, door mijn hele appartement lag de vloer bezaaid
met gifkorrels. In de gordijnen kleefden de stukken karton met muizenlijm. Op
het aanrecht, haar vaste schijtplek, lagen een paar enorme keutels. Niks
hagelslag. Zo groot als mijn pink. De vallen waren aan de kant gesmeten, de ijzeren
palletjes leken met brute kracht verbogen te zijn. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Eén val ontbrak. Bloedsporen op mijn parket
leidden naar een lege kast in de logeerkamer. De kast stond er groot en stil
bij, als een verlaten ruimteschip in een weiland. Ik werd bang. Irrationeel
bang, achteraf bekeken.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Zonder de kast open te doen, vluchtte ik
naar mijn werk. Bram, die tegenover me zit, zat de hele ochtend naar me te
staren. Tegen de lunch hield hij het niet meer.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Jezus kerel, wat zie jij eruit.’ 
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Ik zweeg.
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; ‘Misschien moet je Johanna gewoon eens
bellen. Ze bijt niet.’
&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Oh, oh, oh wat kennen we Johanna plotseling
allemaal goed. En wat zijn we allemaal begaan met mijn lot. Ik zei niets, stond
op en ging naar huis.



Dat
was gisterenmiddag. Eenmaal thuis ging ik op bed liggen. Geen muis gehoord,
niks. Geslapen, urenlang. Vannacht werd ik wakker. De gordijnen waren open, de
lantaarnpaal voor mijn raam wierp lange schaduwen op het plafond. Het was koud
maar ik wilde niet onder de dekens kruipen omdat ik geen zin had me te bewegen.
Ik genoot van de stilte. 



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; En toen gebeurde het. Er stond een muis aan
het voeteneinde van mijn bed. Op haar achterpoten. Bijna zo groot als een
volwassen vrouw. Zij liet zich voorover vallen en strekte zich in haar volle
lengte over mij uit. Haar lichaam was warm, veel warmer dan het mijne. Een
verzameling botten, ingewanden, spieren, omhuld door een opvallend dun laagje
huid. Niets was overbodig, zij bestond uit het essentiële. Ik hapte naar adem.
Zacht, was zij ook. Zacht maar sterk. Ik voelde haar hart kloppen tegen het
mijne. Zij strekte haar poten uit over mijn ledenmaten, haar nagels bekrasten
mijn polsen, mijn enkels. Ik voelde haar vlugge, hete adem tegen mijn wang. De
geur van pindakaas en rottend vlees drong mijn neus binnen. Ik kokhalsde.
Probeerde me onder haar uit te wringen, maar zij nagelde me aan het matras,
schijnbaar zonder enige moeite, met slechts een subtiele trilling van haar
spieren. Haar snuit jeukte in mijn gezicht, haar smerige adem verplaatste zich
langs mijn kaaklijn naar mijn oor. Voorzichtig zette zij haar tanden in mijn
hals. Ze beet, eerst zacht, toen iets harder. Op het moment dat ik verwachtte
dat ze door zou bijten, zette zij zich met alle vier haar poten tegelijk af en
verdween in de schaduwen van mijn huis.



En
nu zit ik hier aan tafel. Het plantsoen aan de overkant ligt er roerloos bij in
de heldere januarinacht. Ik heb alles op een rijtje gezet, en terwijl ik het
teruglees, wordt het zo klaar als een klontje wat er is gebeurd. Ik ben
natuurlijk behoorlijk van slag door het vertrek van Johanna, meer dan ik wilde
toegeven. Heb de afgelopen maanden nauwelijks gegeten en des te meer gedronken.
Natuurlijk, ik kan het haar niet kwalijk nemen, na wat ik heb gedaan. Maar ze
was wel verdomd snel vertrokken. Alsof ze had zitten wachten op een stok om de
hond mee te slaan. Maar goed, dat doet nu niet terzake.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Vervolgens komt er elke nacht een muis door
mijn woning raggen, waardoor ik ruim twee weken niet slaap. Dat houdt geen mens
vol. Ik ben gewoon een beetje doorgedraaid. Hoor en zie dingen in een
halfslaap, vergroot ze in mijn hoofd.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; Maar nu is het klaar. Het beest is gisteren
in de val gelopen. Zij heeft zich nog naar die kast weten te slepen, met val en
al, en heeft daar het loodje gelegd. Niks meer gehoord sindsdien. Mijn geest,
niet meer gewend aan ongestoorde slaap, heeft zich overgegeven aan een idiote
droom over een enorme muis. Het is logisch dat ik onrustig heb bewogen tijdens
die droom. Tezamen met mijn onverzorgde nagels, verklaart dat de schrammen op
mijn enkels en polsen.



Mijn
plan is als volgt: ik ga eerst dat muizenlijk uit die kast halen en ritueel
verbranden of iets dergelijks. Dan zal ik mijn appartement grondig schoonmaken
en daarna ga ik uitgebreid in bad. Scheren, haren wassen, nagels knippen. Ze
zullen straks op kantoor raar staan te kijken. Uit mijn as herrezen. Een nieuw
begin.



&#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp; En oh ja, ik moet niet vergeten deze
pagina’s te vernietigen. Stel dat iemand dit ooit te lezen krijgt, dan schaam
ik me dood, zeg. Ze zullen me op kantoor met terugwerkende kracht gek verklaren.
Maar nu eerst die dode muis zoeken in de kast. Geen gelul. Jezus, dat ik me zo
heb laten jennen door een klein kutmuisje. Daarna de fik in dit papier. Dit zal
nooit iemand lezen. 



 Terug



 






</description>
		
		<excerpt>Man en Muis                      &#38;nbsp;    Het begon twee weken geleden met een korrel hagelslag. Ik pikte hem op van mijn aanrecht met een vochtige vinger en wilde...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Nautique</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Nautique</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 11:51:22 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197305</guid>

		<description>
LOGBOEK VAN EEN LANDROT



 



Zongebruinde meisjesarmen omklemmen het
luchtbed in de branding. Ik gil, ik lach. Dan een onverwacht hoge golf. De zee
rukt me los van mijn luchtbed, duwt me naar beneden. Het is donker om me heen,
schelpen en stenen roffelen langs mijn lichaam, zout water dringt zich in mijn
neus. Een glimp van de zon. Voordat ik kan ademhalen trekt een volgende golf me
mee. Telkens weer, steeds verder, steeds dieper. Mijn hoofd barst, mijn longen
scheuren, vaarwel wrede wereld – totdat de zee me plotseling uitspuwt als een
klont oude kauwgom. Ik smak op het strand. Drie weken later staat mijn
slotjesbeugel nog altijd aan de binnenkant van mijn lippen gegraveerd. De zee
neemt, de zee geeft. Prima, dat moet de zee zelf weten. Ik blijf voortaan wel uit
haar buurt. 



Enkele decennia later. Herfstbladeren kleven
aan de straten, voetgangers haasten zich voort, een tram rinkelt in de mist.
Bovenin de bedrijventoren slaat de damp van mijn thee. Onderwerp van gesprek is
mijn eventuele reis rond de Kaapverdische Eilanden.



 &#38;nbsp; Op een
driemaster.



 &#38;nbsp; In de
Atlantische Oceaan.



 &#38;nbsp; ‘We
willen dat iemand met een frisse blik aan boord van de Oosterschelde stapt,’
zegt de hoofdredacteur van het nautische magazine. ‘Daarom zoeken we een ‘leek’
op zeilgebied.’ Met beide wijsvingers gekromd ter hoogte van zijn oren, beeldt
hij de aanhalingstekens uit.



 &#38;nbsp; Ik
knik. Ik wik. Ik weeg.



 &#38;nbsp; ‘Laat
die aanhalingstekens maar zitten,’ zeg ik dan.



 &#38;nbsp; Soms moet
je jezelf een schop onder de kont verkopen.



 &#38;nbsp; Een
paar weken daarna stap ik in het holst van de nacht uit een taxibusje in Palmeira
– een klein dorp op het Kaapverdische eiland Sal. Water klotst tegen de kade,
de wind ruikt naar vis en zout, een wolk schuift voor de maan. Het geluid van
een buitenboordmotor zwelt aan. Een lichtbundel strijkt over de baai, schampt
gebladderde vissersbootjes en deinende boeien. Een slaperige maar stoere
meisjesmatroos zit aan het roer van de dinghy. We glijden over het donkere
water naar de Oosterschelde – zwak verlicht, lang en rank, uit een
sprookjesboek geknipt. De touwladder op. Met mijn hoofd in mijn nek zie ik de
drie masten eindeloos ver naar de hemel reiken.



De volgende morgen stelt de kapitein de
zevenkoppige bemanning aan ons voor, gevolgd door een introductieronde onder de
zestien passagiers.



 &#38;nbsp; Acht
mannen, acht vrouwen.



 &#38;nbsp; Zeven
Nederlanders, zeven Britten, een Ierse dame, een Fransman.



 &#38;nbsp; Twee
stellen, zes solisten, twee vriendinnen, één fotograaf en drie musketiers.



 &#38;nbsp; Dertien
ervaren zeilers, twee welwillende amateurs en één uit de Amsterdamse klei
gebikte landrot.



 &#38;nbsp; Het
anker wordt gelicht. De stuurman staat aan het roer. Dat stelt me gerust: de
stuurman stuurt, de kok kookt, het vaartuig vaart.



 &#38;nbsp; ‘Is
het moeilijk,’ vraag ik. ‘Een boot besturen?’



&#38;nbsp; 
‘Welnee. Je houdt gewoon het roer vast en verder is het een kwestie van
nautisch kijken.’ Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en tuurt naar de einder.
‘Zoiets.’



&#38;nbsp; 
Tevreden installeer ik me op het dak van de roef. Mensen die blijkbaar
weten wat ze moeten doen verzamelen zich op strategische plekken. Spierballenvertoon
en geschreeuwde commando’s. One, TWO, one, TWO! Een immens zeil kruipt
schoksgewijs omhoog langs de voorste mast.



 &#38;nbsp; ‘Het
grootfok,’ zegt de stuurman achter mij. ‘Honderdvijftig vierkante meter.’



 &#38;nbsp; Kort
daarna zet hij de motor uit. Het duurt even tot nieuwe, zachtere geluiden aan
de stilte ontstijgen. Het kraken van touwen, een klapperend zeil, rollende
golven. We suizen over het water. Het deinen van het schip is niet onaangenaam.
Welbeschouwd lig ik hier helemaal niet verkeerd.



Opgewonden kreten. Ik schiet overeind,
verward. Kennelijk heb ik geslapen.



&#38;nbsp; 
‘Dolphins, dolphins!’



 &#38;nbsp; Twintig, dertig dolfijnen zwemmen met ons
mee, spelen in de golven. De zon laat zich in de oceaan zakken alsof ze na een
dag hard werken een bad neemt. De zeilen van de Oosterschelde steken scherp af
tegen de oranje hemel. De natuur wrijft me in hoeveel schoonheid ik mezelf
onthouden heb in het eerste deel van mijn leven. Eén – nul voor haar.



 &#38;nbsp; De
gelijkmaker laat niet lang op zich wachten. De wind wakkert aan, kou trekt op.
Het deinen wordt schommelen, wordt slingeren, wordt stampen. De schemering slokt
de horizon op. Tegen de tijd dat de bel voor het diner luidt, is mijn maag
langs mijn ruggengraat omhoog geklommen om vervolgens hopeloos klem te komen
zitten in het slakkenhuis van mijn rechteroor. Zeeziek.



 &#38;nbsp; Ik
kan niet beweren dat het als een verassing komt. Ik word al zeeziek in een
zwembad. En zelfs toen ik op internet videobeelden van de Oosterschelde bekeek,
werd ik misselijk – terwijl het schip in de haven lag en er een vaas bloemen
roerloos op tafel stond. Ik laat het eten voor wat het is en ga naar bed.



 &#38;nbsp; Zodra
ik lig, komt alles tot rust. Geluiden uit de salon sijpelen mijn hut binnen.
Kletterend bestek, onverstaanbare gesprekken, zo nu en dan een lachsalvo. Vlak
onder me het klotsende water. De Oosterschelde wiegt me in slaap en voert me
mee over de donkere oceaan.



Als ik wakker word, liggen we voor anker bij
het eiland Santiago, in de baai van Tarrafal. Ik heb nooit eerder zo lang
geslapen als tijdens mijn eerste etmaal als opvarende van een driemaster.



 &#38;nbsp; ‘Hoe
gaat het?’ vraagt de kapitein.



 &#38;nbsp; ‘Een
stuk beter nu we stilliggen,’ zeg ik. ‘Het was nogal ruig gisterenavond, zeg.’



&#38;nbsp; 
Verbaasd kijkt hij me aan. ‘Ruig?’



 &#38;nbsp; ‘Niet?’
vraag ik. ‘Die golven?’



 &#38;nbsp; ‘Ik ben bang dat dat niets voorstelde,’ zegt
hij.



 &#38;nbsp; Ik
zie mijn eigen geschokte reactie in zijn ogen weerspiegelen.



 &#38;nbsp; ‘Maar
ik moet toegeven dat de Oosterschelde een erg beweeglijk schip is,’ zegt hij alsof
hij een kind met een tegenvallende rapportcijfers troost. ‘Ze danst over de
golven.’



 &#38;nbsp; Ik
knik en kijk zo nautisch mogelijk voor me uit. Hij brengt het mooi, die zeeman.
Maar als iemand me van tevoren had verteld over dat dansen en die golven, dan
had ik hier nu niet gezeten.



Zodra ik een voet aan wal zet, kom ik tot
ontdekking dat de aarde minstens zo hevig schommelt als het schip. Zeebenen. Of
juist een gebrek daaraan. We rijden naar de hoofdstad Praia, een lange rit
dwars over het eiland. Kleine huizen van grijs steen, bont gekleurd wasgoed op
het dak. Een jongetje zit in een kruiwagen, een ander duwt hem schaterend
voort. Een auto staat met kokende motor in de berm, twee lachende mannen
ernaast. Er wordt opvallend veel geveegd. Niet alleen de stoep voor de huisjes,
ook de rest van de straat, zelfs langs de autoweg staan vrouwen te vegen.



 &#38;nbsp; En overal
die geur van verbrand hout, van gebraden kip, van exotische kruiden…



 &#38;nbsp; Als
we terugkomen in Tarrafal, schemert het. In de salon van de Oosterschelde worden
bordspellen gespeeld, glazen geledigd, verhalen verteld. Vanuit de keuken
schalt het levenslied, zo nu en dan met aangepaste tekst.



 &#38;nbsp; Ik heb geen zin om braaf te leren,



 &#38;nbsp; ik eindig toch wel op een boot.



Om drie uur ’s nachts wordt trainee Bommer volgens
afspraak uit haar kooi getrokken om de stuurman te assisteren bij de
ankerwacht. Een korte instructie volgt.



 &#38;nbsp; ‘Zie
je die meter? Die meet de snelheid. Als de snelheid toeneemt, dan is er iets
mis.’



&#38;nbsp; 
‘Logisch.’



 &#38;nbsp; ‘Dat
daar is de dieptemeter. Als die opeens twintig meter aangeeft in plaats van
zes, dan is het tijd om de kapitein wakker te maken.’



 &#38;nbsp; ‘Snap
ik.’



&#38;nbsp; 
‘Mooi. Dan ga ik nu de matrozen van wal halen.’



 &#38;nbsp; De dinghy
snort weg in het donker. Sterren blinken aan de hemel, wolken drijven voorbij,
een koele bries strijkt langs mijn schouders. Ik ben me sterk bewust van de
slapende lichamen in de hutten beneden me. Mensen die erop vertrouwen dat ik
alarm sla als de dansende dame zich losrukt van haar ketting. Ik posteer me in
de naar koffie en sigaretten ruikende stuurhut. Mijn ogen schieten van de ene
meter naar de andere. Diepte, snelheid, diepte, snelheid. Een
tafeltenniswedstrijd in miniatuurformaat.



 &#38;nbsp; Later
die ochtend vertrekken we naar São Vicente. Honderdtwintig mijl te gaan, dus de
komende vierentwintig uur zullen we op zee doorbrengen. Ik installeer me op
mijn vaste plek, het dak van de roef. De zon schijnt. Het duurt niet lang of onze
oude bekenden de dolfijnen komen gedag zeggen, gevolgd door een groep kleine
walvissen. De mensen die weten wat ze doen, hijsen de dame in haar baljurk. One,
TWO, one, TWO. Ze paradeert in haar witte gewaad langs het diepe blauw van de
lucht, zweeft over de golven zonder een druppel brandstof te gebruiken. Vijftig
meter lang, driehonderdzestig ton zwaar. Hout, beton en staal. Vliegende vissen
zeilen met ons mee. Het beest dat hen opjaagt onder water laat zich niet zien.



 &#38;nbsp; Mijn
maag is de eerste die merkt dat het harder gaat waaien. Ik trek me terug in
mijn hut. Liggen helpt. Lezen niet. Mijn bed rolt, rijst en daalt. Urenlang
staar ik naar het laddertje aan de wand, totdat het beeld wordt uitgegumd door
de aanzwellende duisternis. De dame danst wild en onvermoeibaar door het donker.
Haar lelijke stiefzus houdt mij gevangen in mijn kooi.



 &#38;nbsp; De
volgende dag bestel ik in een wonderlijk hippe loungebar in Mindelo een fles
bubbels om te vieren dat ik de langste etappe op zee overleefd heb. Bovendien
heb ik besloten dat ik een pleister tegen zeeziekte achter mijn oor ga plakken.
Die heb ik niet eerder gebruikt omdat er in kapitalen PAS OP MET ALCOHOL op het
doosje staat. Oppassen met alcohol leek me niet te combineren met mijn
activiteiten als lichtmatroos. Maar nood breekt wet – en dan drink ik nu alvast
wat extra.



Op de ferry van São Vicente naar Santo Antão deelt
de bemanning kotszakjes uit, óók aan de locals. Een veeg teken. En inderdaad:
de boot stampt en slingert als een kermisattractie. Mensen gaan met gesloten
ogen op de grond liggen, anderen proberen de horizon te fixeren met hun blik. Een
van mijn Britse vrienden vliegt met stoel en al over het dek.



 &#38;nbsp; Ik
sta rechtop, handen op mijn heupen, benen licht gespreid. Mijn schaduw is lang
in de ochtendzon, mijn gloednieuwe wapen onzichtbaar achter mijn oor geplakt. De
wind voert het melancholische intro van Morricones Man With a Harmonica mee. Mijn tegenstander Zeeziekte vertoont zich
niet. De lafbek.



 &#38;nbsp; Op
Santo Antão wandelen we in de krater van een oude vulkaan. Een ronde,
geheimzinnige, op zichzelf staande wereld. Vele tinten groen. Hier en daar een
huisje, een loeiende koe, een kind op een hek. Op het hoogste punt van de berg,
waar we bezweet van het klimmen aankomen, zit een dame een handeltje in koffie
en groenten te drijven. Een opmerkelijke locatie, gezien het feit dat we verder
nog geen toeristen zijn tegengekomen. Ik koop een boterhamzakje vol gemalen
koffie voor een buitensporig hoog bedrag, en ben er blij mee.



 &#38;nbsp; Aan
de buitenkant van de berg slingert een pad naar beneden. Flarden mist, kleurrijke
bloemen, een spierwitte vogel. Mango’s, bananen, cassave, citroenen. Hutten met
daken van gevlochten suikerriet. Een jonge vrouw stampt met een vijzel in een
pot, een ezel kauwt bedachtzaam op een stengel.



Zeven uur ’s morgens. We vertrekken naar São
Nicolao. Homostart, schrijft de
stuurman in het logboek.



&#38;nbsp; 
‘Homostart?’



 &#38;nbsp; Hij
knikt. ‘We moeten de eerste paar uur op de motor varen. Zeilen lukt hier tussen
de eilanden niet.’



 &#38;nbsp; We
zwijgen een tijdje.



 &#38;nbsp; ‘Is
het niet een beetje denigrerend tegenover onze homoseksuele medemens om het een
homostart te noemen als je niet meteen stoer de zeilen hijst?’ vraag ik dan.



 &#38;nbsp; Hij
fronst zijn wenkbrauwen en kijkt me lang aan. ‘Homo betekent hoofdmotor,’ zegt
hij uiteindelijk.



&#38;nbsp; 
‘Aha.’ Ik word steeds beter in nautisch kijken. ‘Hoofdmotor. Uiteraard.’



Mijn volgende leermoment behelst het hoofdstuk
‘Overstag gaan met een driemaster’. Dat is
geen sinecure, zoveel is duidelijk. De bemanning wordt in drie ploegen verdeeld.
Voor, midden, achter. Het startsein wordt op het voordek gegeven, met veel
krachtpatserij en klapperende zeilen, waarna de actie als een rij omvallende
dominostenen over het schip rolt, en we uiteindelijk, als alles goed gaat, de
andere kant op varen.



 &#38;nbsp; ‘Zeilen
is achtennegentig procent van de tijd niets doen,’ zegt de kapitein. ‘Het is
zaak die overige twee procent op precies het juiste moment te doen.’



 &#38;nbsp; Nu ik
geen last meer heb van zeeziekte, wil ik wel helpen. Ik word ingedeeld op het
middendek. Er gebeurt daar iets dat brassen heet. Het komt erop neer dat we op
een teken allemaal aan het ons toegewezen touw gaan trekken, totdat ons verteld
wordt daar weer mee op te houden. De een moet vervolgens zijn lijn nog een beetje
laten vieren, terwijl de ander er juist nog een rukje bij moet geven. Iedereen
kijkt tijdens het brassen omhoog. Ik ook, hoewel ik geen idee heb met welk
onderdeel van het schip mijn lijn correspondeert. Gelukkig draag ik een donkere
zonnebril.



 &#38;nbsp; De hele
dag breng ik door aan dek, stort me gretig op elke mogelijkheid om aan lijnen
te sjorren, en op de taak om de touwen na elke manoeuvre weer netjes op te hangen.
Beetje rommel maken, beetje opruimen, fijn.



 &#38;nbsp; Tussendoor
geniet ik van de rust. Overal de oceaan. Geen gebouwen, hoogspanningsmasten of
verkeer. Geen telefoon, internet of tijdsdruk. Gezicht in de zon, haar in de
wind. De dolfijnen brengen als extra showelement een baby mee, die alle
kunstjes synchroon met zijn moeder doet. Ik begin te begrijpen waarom mensen
hun tijd vrijwillig op zee doorbrengen. Daar schrik ik zelf van.



Zoals een echte matroos betaamt, stort ik me in
het nachtleven van São Nicolao. De straten zijn smal en bochtig. Mannen hangen
rond, rozenkransen glijden door hun vingers, sigaretten lichten op in het
donker. Een roedel straathonden stuift uiteen, eentje blijft achter, je zou
zweren dat ze verstoppertje spelen. Mijn zeeziektepleister blijkt helemaal geen
last te hebben van bier en wijn.



 &#38;nbsp; De
volgende dag verkennen we het eiland. We zien basaltformaties in uitzinnige
vormen, als producten van een dolgedraaide, pottenbakkende reus. We wandelen
door het nationale park vol drakenbomen, groenfluwelen berghellingen en adembenemende
vergezichten. We baden in een natuurlijke jacuzzi: bij elke zevende golf
verandert de in de rotsen uitgesleten poel in een bruisend bad. Als we terugrijden
naar onze baai, schittert de zee als een schaal vol diamanten. 



De negende dag van de reis is belangrijk voor mijn
ontwikkeling van diepgewortelde landrot naar zeilende zeebonk. We zetten koers naar
Boa Vista. Negentig mijl oceaan te bedwingen. Ik ben zo vol van mijn nieuwe
hobby dat ik over het dek stuiter en op willekeurige momenten dingen uitroep als
‘Laten we vierkantjes brassen!’ of ‘Ik ga de lijnen opschieten!’. Iedereen laat
mijn gebrul voor wat het is, alsof ik aan een nautische vorm van Gilles de la
Tourette lijd, en zij daaraan gewend zijn.



&#38;nbsp;Een
van de passagiers schrijft een poule uit omtrent de geschatte aankomsttijd. De
ingevulde tijden variëren van half acht vanavond tot vier uur morgenochtend.
Ikzelf laat er een simpele rekensom op los (driekwart van de honderdtwintig
mijl waar we vierentwintig uur over gedaan hebben, minus twee uur omdat we
vandaag meer wind hebben) en kom uit op kwart over tien.



 &#38;nbsp; Voor
de zekerheid onderhoud ik me nog even met de kapitein.



 &#38;nbsp; ‘Als
jij wilt dat ik een langbenige Kaapverdiaanse schone voor je regel,’ zeg ik,
‘dan weet je wat je te doen staat.’



 &#38;nbsp; Vele
uren later raakt het anker de bodem bij Boa Vista. Het is zestien minuten over
tien. Kijk, dat noemen we inzicht.



‘Another day, another bay,’ spreekt een van de
drie musketiers filosofisch als ik ’s morgens aan dek kom. In de verte, langs
het strand van Boa Vista, zie ik zowaar een vorm van hoogbouw. Die middag vind
ik in een souvenirshop een dertig centimeter hoog beeldje van een Kaapverdiaanse
dame met benen tot aan haar oksels. Ik koop het voor de kapitein. Belofte maakt
schuld, tenslotte.



 &#38;nbsp; ’s
Avonds zitten we rond een kampvuur op een klein onbewoond eiland voor de kust
van Boa Vista. Een meegekomen vriendin van een lokaal bemanningslid vindt een
grote waterfles in de branding. Ze klemt het ding tussen haar knieën en
trommelt er een Afrikaans ritme op. Met schorre stem zingt ze er overheen, elke
zinsnede twee keer – de blues van deze eilanden, denk ik, handelend over
heimwee en de liefde. Maar zo nu en dan barst ze in lachen uit, dus misschien gaan
haar teksten wel over blanke Hollanders met stijve billen. Het doet er niet
toe. Hitte op mijn wangen, rook in mijn ogen, het is mooi.



De laatste etappe, terug naar het eiland Sal,
moeten we op de motor varen. Homogedoe. Ik zit op mijn plek op het dak van de
roef. De dolfijnen komen afscheid nemen, glimlachend als altijd.



 &#38;nbsp; ‘Dat
is ook wat,’ zeg ik tegen de kapitein, ‘net nu ik het leuk begin te vinden, is
het afgelopen.’



 &#38;nbsp; ‘Dat
is de beste manier om mensen verslaafd aan zeilen te maken,’ knikt hij. ‘Je
geeft ze net genoeg om de smaak te pakken te krijgen, en als ze meer willen,
dan neem je het hen weer af.’ Hij lijkt zelf erg tevreden te zijn met dit
concept.



 &#38;nbsp; Laat
die avond vertrek ik naar huis. Vanaf de kade kijk ik nog eenmaal om naar de
ranke dame op de golven. Zij blikt verleidelijk heupwiegend terug.

Terug</description>
		
		<excerpt>LOGBOEK VAN EEN LANDROT         Zongebruinde meisjesarmen omklemmen het luchtbed in de branding. Ik gil, ik lach. Dan een onverwacht hoge golf. De zee rukt me los...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Prince</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Prince</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 11:37:54 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197303</guid>

		<description>Prince &#38;amp; the Revolution - Purple Rain
Zomer 1984. Ik lig op mijn rug, halverwege het Klimduin. De hoge
bomen als een grillige schilderijlijst om een met sterren bezaaide hemel. Koel
zand tegen het stuk blote huid tussen spijkerbroek en topje. Geluiden stijgen
op vanuit het café beneden, verwaaien. Dan snijdt er een gitaarsolo door de
warme avondlucht. Het intro van When Doves Cry.


 &#38;nbsp; Ik ga rechtop zitten. Die
leuke jongen komt naar buiten. Hij kijkt om zich heen, zoekt kennelijk iemand
op het terras. Dan loopt hij weg. Dig if
you will the picture, of you and I engaged in a kiss. Ik sta op, klop het
zand van mijn billen en ren naar beneden.


 &#38;nbsp; Even later steekt mijn
tong als een stuk dood koraal in zijn mond. Mijn eerste tongzoen. Verdomd
pijnlijk, dat zoenen. Eigenlijk alles boven mijn middenrif verkeert in een
totale kramp. 


 &#38;nbsp; ‘Wanda?’ Een paniekerige
stem vanuit het donker.


 &#38;nbsp; Ik heb mijn ogen zo stijf
dichtgeknepen dat ik een paar keer moet knipperen voordat ik weer iets zie. In
het licht van een straatlantaarn verschijnt mijn oma. Ik logeer bij haar en ben
al minstens twee uur te laat. Ze heeft midden in de nacht haar duster
aangetrokken en loopt als een grote satijnen engel door het dorp, op zoek naar
mij. Can you my darling, can you picture
this?



 &#38;nbsp; ‘Ben jij dat, Wanda?’
Maar ze heeft me al herkend. Opluchting en boosheid vechten nu om voorrang in
haar stem.


 &#38;nbsp; ‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik ben
het niet.’&#38;nbsp; 


When Doves Cry was de eerste single van het album Purple Rain. Die
hoes alleen al. Prince in zijn strakke pak op de motor. Het glanzende paars, de
geur. Aan de zijkanten witte banen met kleurige bloemen. 


 &#38;nbsp; De jongen van die eerste
zoen verdween na een snel opdrogende brievenstroom uit mijn leven. Prince niet.
Die bleef me achtervolgen. Of beter gezegd: die nam ik mee. Ik eigende me
Purple Rain toe alsof Prince er zelf niet een heel andere film bij bedacht had.


Het openingsnummer: Let’s Go Crazy. Langgerekte noten uit een
nep-Hammond. Dearly beloved, we are
gathered here today to get through this thing called life. Ik sta schaars
gekleed in een kooi met nog twee meiden van de balletschool. We zakken langzaam
door een gat in het plafond naar beneden. Tussen ons in, met sigaar en
champagne, de eigenaar van de discotheek die we op deze ludieke wijze openen.
De bodem van de kooi bestaat uit een nogal lullig roostertje. Een meter of
twaalf lager, op de dansvloer, kijken de genodigden angstig omhoog. Electric word life, it means forever and
that’s a mighty long time. Dat hoop je dan maar, als je hoog in de lucht
met z’n vieren op een nogal lullig roostertje staat. 


 &#38;nbsp; Take Me With You, het
tweede nummer. Grote bruine ogen. Brutaal maar lief. Ik word er verlegen van.
Wil wel blijven kijken, maar het is te heftig. I don’t care pretty baby, just take me with you. Verliefd zijn als
je jong bent. Intens geluk.


 &#38;nbsp; Intens verdriet bij The
Beautiful Ones, het volgende liedje. Mijn benen tegen de verwarming gedrukt,
mijn voorhoofd tegen het koude slaapkamerraam. De eenden als wazige vlekken in
de sloot naast ons huis. Ik betrapte hem in de steeg achter Tuf, zoenend met
die trut die uit haar bek stinkt. The
beautiful ones always smash the picture - always, everytime.



 &#38;nbsp; Computer Blue
hoort bij een playbackwedstrijd. In het jongerencentrum waar ik uren, weken,
jaren zoekbracht in een wolk van wietdampen en LouLou. Met een vriendin een
woeste act ingestudeerd.



 &#38;nbsp; Wendy? 




 &#38;nbsp; Yes Lisa.




 &#38;nbsp; Is the water warm enough?




 &#38;nbsp; Yes Lisa.




 &#38;nbsp; Shall we begin?




 &#38;nbsp; Yes Lisa. 



 &#38;nbsp; Dan: Darling Nikki.
Ontmaagd. I can’t tell you what he did to
me, but my body will never be the same. 



 &#38;nbsp; Terug naar Tuf, de
zondagse disco met gekleurde lampen en meters bier. Een week na het drama in de
steeg. Hij leunt tegen een tafel, ik dans. We houden elkaars blik gevangen,
wachtend op het refrein. Als het komt dan maakt hij de bewegingen. Wijst op
zijn borst, balt zijn vuist tegen zijn hart, strijkt met zijn wijsvinger langs
zijn keel, steekt vier vingers omhoog, en wijst op mij. I would die for you. Die griet met die stinkbek kan wel inpakken. 


 &#38;nbsp; Baby I’m a Star. Een massale
jongerenopstand in onze provinciestad. Brandjes, vechtpartijen, sirenes. Hand
in hand rennen langs gesneuvelde etalageruiten. Uit elkaar spatten van boosheid
en levenslust. Before the night is
through, you will see my point of view, even if I have to scream and shout.



 &#38;nbsp; Tot slot de titelsong.
Van school gestuurd, voor een tijdje. Niemand begrijpt me. Een klasgenoot zei
dat hij me nog nooit had zien lachen. Nog nooit. Was ik maar dood. Koptelefoon,
hoogste volume. Purple Rain. Slapjes kras ik met een bot zakmes over mijn pols.
Overdwars, niet in de lengte. Ik ben niet gek natuurlijk. En ik wéét dat ik me
aanstel. Desondanks glijden er tranen langs mijn wangen, ze spatten uit elkaar
op de platenhoes en bevlekken Prince z’n strakke pak. I never meant to cause you any sorrow, I never meant to cause you any
pain. I only wanted to one time see you laughing, I only wanted to see you
laughing in the Purple Rain.



Nu, bijna een kwart eeuw na die eerste zoen, lig ik wederom op
mijn rug in het zand. Op Rottumerplaat. Purple Rain op repeat. Traag maar
onherroepelijk spoelen golven de wereld om mij heen weg. De soundtrack van mijn
pubertijd. Keer, op keer, op keer.



 
Terug</description>
		
		<excerpt>Prince &#38;amp; the Revolution - Purple Rain Zomer 1984. Ik lig op mijn rug, halverwege het Klimduin. De hoge bomen als een grillige schilderijlijst om een met sterren...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Overig werk</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Overig-werk</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 11:23:25 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197302</guid>

		<description>Overige publicaties
Najaar 2019
Voor uw en onze veiligheid
Verhaal over mijn dramatische aurorij-carrière
Bundel ‘Vanaf de Vluchtstrook’
Nijgh &#38;amp; van Ditmar

Najaar 2018
Just another day at the office
Verhaal over een production manager op een festival
in het ‘Koffietafelboek’ ter ere van 50 jaar Mojo Concerts

Najaar 2012Logboek van een landrotVerslag van zeiltrip langs de KaapverdenNautiqueKlik hier voor artikel

Mei 2008Prince and the Revolution - Purple RainEen lofzang op mijn 'beslissende album'Wah Wah nr 10 - Groeten van RottumerplaatUitgeverij Nieuw AmsterdamKlik hier voor artikel
Januari 2008Man en MuisKort VerhaalHollands MaandbladUitgeverij Nieuw Amsterdam
Klik hier voor verhaal
Januari 2007 &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Powerzone &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp; &#38;nbsp;&#38;nbsp;Kort
verhaal &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Hollands Maandblad &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Uitgeverij
Nieuw Amsterdam
Februari 2006 &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; De Verhalenvanger &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Kort verhaal &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Hollands Maandblad &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Uitgeverij
NieuwAmsterdam
November 2005 &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; De Wandeling &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Lang kort verhaal &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Inpakken
en Weggeven &#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp;&#38;nbsp; Uitgeverij
Contact
(Ook verschenen als het eerste deel van Panorama West,&#38;nbsp;
Juni 2005Verhagen ImportKort VerhaalHollands MaandbladUitgeverij Nieuw Amsterdam
Klik hier voor verhaal
Januari 2005Zundert, bedankt!Kort VerhaalHollands MaandbladUitgeverij L.J. Veen

Terug</description>
		
		<excerpt>Overige publicaties Najaar 2019 Voor uw en onze veiligheid Verhaal over mijn dramatische aurorij-carrière Bundel ‘Vanaf de Vluchtstrook’ Nijgh &#38;amp; van Ditmar...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Boom</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Boom</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 11:01:16 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197297</guid>

		<description>Boom





















Agnes en Bart hebben twee mooie
dochters: Femke, de oudste, woont al enige jaren met haar vriend op Bonaire;
haar jongere zus Lieke is net op zichzelf gaan wonen in Amsterdam. Nu beide
kinderen het huis uit zijn, begint ook voor hun ouders een nieuw tijdperk. Bart
wordt tijdens een halfslaap gegrepen door de lokroep van een beeldschone
Sirene, waarna hij het roer in zijn voorspelbare leven drastisch omgooit. Agnes
heeft haar zorgtaak nog niet helemaal losgelaten: als Lieke het vliegtuig in
stapt om haar zus op Bonaire te bezoeken, gaat zij naar Liekes nieuwe
appartement om er gordijnen op te hangen. Balancerend bovenop de huishoudtrap
staat ze plotseling oog in oog met een jongensachtige man in wit ondergoed:
Boom.&#38;nbsp; 



Boom&#38;nbsp;is een overweldigend verhaal over de strijd tussen gevoel en verstand, waarin
de werkelijkheid telkens beklemmender en absurder is dan de hoofdrolspelers
zich kunnen indenken.



 



 



‘Een inktzwarte komedie vol sappig
venijn. Bedrieglijk lichtvoetig laat de schrijfster haar personages verdwalen in
hun kwetsbare levens. Ze komen heel dichtbij en zijn in hun hulpeloosheid
onweerstaanbaar. Een verhaal dat je op je hielen blijft zitten.’&#38;nbsp; Thomas Verbogt over Boom









Terug</description>
		
		<excerpt>Boom                      Agnes en Bart hebben twee mooie dochters: Femke, de oudste, woont al enige jaren met haar vriend op Bonaire; haar jongere zus Lieke is net...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Engel</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Engel</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 10:59:47 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197295</guid>

		<description>Engel
Puberen in het kale West Friesland van de jaren tachtig betekent zelf zorgen voor spanning en sensatie. Dat doet Angélica met verve. Samen met haar vrienden verkent ze de uiterste grenzen totdat ze niet anders dan vertrekken. Als zij na haar verhuizing naar Amsterdam de ambitieuze bandleden van de groep Ace ontmoet, denkt Angélica aanvankelijk dat zij het geluk gevonden heeft.

Engel is een roman over schuld en spijt, vriendschap en jaloezie, liefde en verraad. En bovenal over een mysterie, dat pagina voor pagina bedrieglijk nonchalant wordt blootgelegd en de lezer niet meer loslaat.

Terug</description>
		
		<excerpt>Engel Puberen in het kale West Friesland van de jaren tachtig betekent zelf zorgen voor spanning en sensatie. Dat doet Angélica met verve. Samen met haar vrienden...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
		
	<item>
		<title>Panorama West</title>
				
		<link>http://wandabommer.nl/Panorama-West</link>

		<comments></comments>

		<pubDate>Sun, 23 Jul 2017 10:56:42 +0000</pubDate>

		<dc:creator>Wanda Bommer</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[]]></category>

		<guid isPermaLink="false">197294</guid>

		<description>Panorama West






















Martijn valt al zijn hele leven op
vrouwen van achtentwintig. Pas als hij zelf veertig is, ontmoet hij de vrouw van
zijn leven: Francis (28).



Francis heeft beloofd de feestdagen met
haar familie op Terschelling door te brengen. Met moeite weet zij Martijn over
te halen om met haar mee te gaan. Het prille liefdespaar moet op het eiland een
vakantiehuisje delen met Francis’ zus en haar gezin. Het te kleine appartement werkt
als een snelkookpan waarin de gemoederen binnen de kortste keren hoog oplopen. 



Martijn probeert het hoofd koel te
houden terwijl om hem heen oude vetes worden uitgevochten, nieuwe conflicten
ontstaan, en een pijnlijke, verzwegen gebeurtenis uit het verleden de kop
opsteekt.



Terug
 






</description>
		
		<excerpt>Panorama West                       Martijn valt al zijn hele leven op vrouwen van achtentwintig. Pas als hij zelf veertig is, ontmoet hij de vrouw van zijn leven:...</excerpt>

		<!--<wfw:commentRss></wfw:commentRss>-->

	</item>
		
	</channel>
</rss>